Kritisch denken over Onderwijs2032 – een gesprek met de Onderwijscoöperatie

Frans van Haandel, Mark van der Veen

Inleiding

Begin dit jaar werd het eindadvies Onderwijs2032 gepubliceerd. Eerder gingen we in een
gesprek met Mark Weekenborg van het platform Onderwijs2032
op
zoek naar het antwoord op de centrale vraag: “Voor welk onderwijsprobleem is Onderwijs2032 een oplossing?” Het gesprek leverde vooral meer vragen en kritische kanttekeningen op. Zodoende is nog altijd onduidelijk op welke vraag Onderwijs2032 het antwoord is. Ook het door Mark Weekenborg genoemde draagvlak onder leerkrachten bleek vooralsnog niet aannemelijk en van de wetenschappelijke basis ontbrak nog steeds elk spoor.

Zodoende bleven we op zoek naar de antwoorden op de drie vragen:Hoofdlijnen-advies-puzzelstukken2

  1. Waarom zijn wetenschappelijke inzichten over onderwijs terzijde geschoven in het advies?
  2. Is er onder leraren wel draagvlak voor Onderwijs2032?
  3. Voor welk onderwijsprobleem is Onderwijs2032 een oplossing?

Na het gesprek met Mark Weekenborg hadden we contact met Ben Wilbrink, die er op twitter op wees dat in het rapport van de consultatiefase inhoudelijke kritiek wel erg gemakkelijk terzijde is geschoven. Vergelijk bijvoorbeeld het betoog van Aleid Truijens met de weergave daarvan op pagina 20 van het consultatierapport. Hetzelfde geldt voor de kritiek van Ben Wilbrink die hij gaf in zijn uitgebreide inzending in vergelijking met de weergave daarvan op pagina 19, 33 en 40. Verder heeft Ben Wilbrink ten behoeve van vraag 1 in meerdere blogs de (ontbrekende) wetenschappelijke basis onderzocht: is het advies wetenschappelijk?, hoe is dat te peilen?, de positie ten aanzien van kennis, 21th century skills?de invloed van het vernieuwingsdenken, de discussie met staatssecretaris OCW Sander Dekker, reflectie op verdiepingsfase en er volgen van zijn hand waarschijnlijk meer blogs hierover.

De leraren worden in het proces van Onderwijs2032 vertegenwoordigd door de Onderwijscoöperatie (OC), een samenwerking tussen de AOb, BON, CNVO, FvOv en platform VVO. Op verzoek van de Tweede kamer en de Staatssecretaris is de Onderwijscoöperatie gestart met een verdiepingsfase omdat leraren onbekend met het advies bleken te zijn en zich niet in het advies herkenden. In deze verdiepingsfase krijgt de OC van staatssecretaris Sander Dekker tot 1 november de tijd om het gesprek onder leraren over het rapport van de commissie Schnabel aan te gaan. Zij nemen daarbij het rapport als uitgangspunt. Op 18 augustus hadden we een gesprek met Bert Groenewoud, Bert werkt bij de Onderwijscoöperatie en ondersteunt de werkgroep van de vijf lidorganisaties bij de aanpak van de verdiepingsfase.

De verdiepingsfase van Onderwijs2032

In de verdiepingsfase staan 2 vragen centraal:

1) Geeft het eindadvies Onderwijs2032 de juiste richting voor een nieuw curriculum?
2) Hoe kan en wil de beroepsgroep invulling en uitvoering geven aan een nieuw curriculum?

Bert Groenewoud vertelde dat de OC een werkgroep heeft voor het inrichten van de verdiepingsfase. In de werkgroep zijn alle leden van de OC vertegenwoordigd, de Onderwijscoöperatie ondersteunt hen in het proces. In opdracht van het bestuur van de OC organiseert de werkgroep activiteiten om antwoord te krijgen op de twee centrale vragen. Daarbij heeft de werkgroep de keuze gemaakt om in te zetten op de dialoog tussen leraren. Er is niet gekozen voor een ‘platte enquête’ omdat deze geen recht doet aan die dialoog. Zo kwam de werkgroep tot de inzet van (online) dialogen, focusgroepen, bijeenkomsten en een dialoog op scholen. In juni was de eerste online dialoog.

De online dialoog van juni

Wij vinden de onderzoeksopzet van de verdiepingsfase uiterst twijfelachtig en de online dialoog van juni stelde ons daarin bepaald niet gerust. Bij de online dialoog in juni kregen deelnemers kort de mogelijkheid te discussiëren over verschillende stellingen die te maken hadden met Onderwijs2032. Na iedere discussieronde volgde een meerkeuzevraag die iedere deelnemende leerkracht kon beantwoorden. De gehanteerde Likertschaal vinden we zeer discutabel: de vier mogelijke keuzes waren steeds ‘helemaal niet’, ‘enigszins’, ‘behoorlijk’ of ‘geheel’. Kortom één extreem negatieve keuze tegenover drie positieve keuzes. Bert Groenewoud vertelde ons dat dit een keuze geweest is van de werkgroep, op basis van een advies van het voor de online dialoog ingeschakelde onderzoeksbureau. Hij beloofde ons dat deze verantwoording gepubliceerd wordt zodra deze beschikbaar is. Wij zullen deze verantwoording onder deze blog plaatsen.

Verder is het opvallend dat elke dialoog over een stelling gestart werd met een positieve vraag: “Zie je voordelen aan deze richting? Welke aspecten vind je hier goed aan? Wat vind je hier goed aan? Welke voordelen zie je hiervan?” Het lijkt ons beter om meer neutrale vragen te hanteren, bijvoorbeeld: “Wat is jouw mening? Hoe kijk jij hier tegenaan?”

Op twitter was er daarnaast onrust over een betaalde selectie van deelnemers. Er was namelijk gelijktijdig een open en een gesloten discussie. Voor de gesloten discussie zijn geselecteerde deelnemers betaald. De deelnemers zijn geselecteerd uit een bestand van een (markt)onderzoeksbureau, niet op basis van een aselecte steekproef maar op basis van selectiecriteria als regio, m/v en leeftijd. Het lijkt het ons erg onwaarschijnlijk dat zo’n selectie representatieve resultaten kan opleveren. Wij zijn dan ook benieuwd naar de analyse van de validiteit en betrouwbaarheid in het verslag. Ook de geplande (offline) focusgroepbijeenkomsten zullen gesloten bijeenkomsten zijn, met per bijeenkomst tien geselecteerde deelnemers. Wij zouden graag zien hoe je hier ooit een valide conclusie aan kunt ontlenen. Het lijkt ons niet aannemelijk dat enkele bijeenkomsten met tien docenten representatief zijn voor de totale populatie van leerkrachten in het primair en voortgezet onderwijs.

Onze zorgen bij het vervolg van de verdiepingsfase

Eén van onze grootste zorgen met betrekking tot het vervolg van de verdiepingsfase is de transparantie. Er kan tot dusver niets terug worden gevonden over de onderzoeksmethodiek. Transparantie vooraf daarover lijkt ons essentieel voor de acceptatie van een conclusie. We zagen bij het eindadvies Onderwijs2032 al hoe het ontbreken van die transparantie de geloofwaardigheid ondermijnt.

Bert Groenewoud vertelde dat de werkgroep nog met elkaar moet bespreken op welke wijze alle meningen en visies worden geanalyseerd. In het eindrapport zal zowel de onderzoeksmethodiek als alle data die verzameld is transparant beschreven worden.

Wij vinden het echter bezwaarlijk dat er op voorhand geen analysemethode is gekozen en dat er tot dusver ook geen zicht op is op de wijze van dataverzameling.

Vanaf komende week komt de werkgroep iedere week bij elkaar. Wij hebben aangeboden om belangeloos te komen naar die vergaderingen om de werkgroep te helpen om te reflecteren op de wiskundige en onderwijskundige aspecten van de onderzoeksmethodiek. Bert Groenewoud legt ons aanbod voor aan de werkgroep[1].

Voor welk onderwijsprobleem is Onderwijs2032 een oplossing?

Uiteraard hebben we ook gevraagd voor welk probleem Onderwijs2032 de oplossing is. Bert vertelde dat de werkgroep hierover geen uitspraken kan doen omdat dit niet onder de twee centrale vragen. Het is aan de lidorganisaties om onze vraag te beantwoorden, de AOb hield bijvoorbeeld een ledenraadpleging in 2015[2]. De AOb denkt dat de curriculumvrijheid in Onderwijs2032 het beroep van leraar gevarieerder en aantrekkelijker zal maken.

Wij vinden dat het wel opmerkelijk is dat er in Onderwijs2032 geheel niet gesproken wordt over extra tijd voor leerkrachten om aan een programma te werken. Het lijkt ons onhaalbaar om extra onderwerpen in het programma te integreren als je daar geen tijd voor hebt.

Onze kanttekeningen

Na het gesprek blijven er nog verschillende vragen over ter discussie. Ten eerste hebben we onze zorgen over de onderzoeksmethodiek en de objectiviteit van de sturende vraagstelling in de dialoog. De weinig kwantitatieve insteek is wat ons betreft een gemiste kans, omdat met bijvoorbeeld een enquête een grotere groep leraren kan worden bereikt. Ook zetten we grote vraagtekens bij de bruikbaarheid van de verschillende discussies. Daarbij lijkt de werkgroep ook zoekende. We hebben niet het idee dat er wordt gewerkt aan de hand van een duidelijk onderzoeksplan. Het idee dat er mogelijk nog een enquête kan komen en dat nog goed moet worden nagedacht over het analyseren van alle data lijkt toch iets te zijn waar voorafgaand aan een onderzoek over nagedacht dient te worden?

Ten tweede vragen wij ons af in hoeverre leerkrachten daadwerkelijk in staat zijn om antwoord te geven op de onderzoeksvragen. Er is te weinig kennis over Onderwijs2032. Welke docent heeft een idee bij ‘de nieuwe koers die duidelijk in het onderwijs nodig is’ en weet wat ‘een grotere nadruk op persoonsvorming’ en ‘onderwijsaanbod gericht op de behoeften, ambities en persoon van de leerling’ inhoudt? Welke docent weet wat de consequentie van een ‘kerncurriculum’ en ‘digitale geletterdheid’ is? Weinig leerkrachten zijn op de hoogte van de actuele inzichten over “child centered learning”. Hoe kun je een gefundeerde mening geven als kennis niet aanwezig is?

Wordt vervolgd…

Nog altijd zien we niet hoe Onderwijs2032 een meerwaarde gaat zijn voor het funderend onderwijs en voor welk probleem Onderwijs2032 een oplossing biedt. Waar het platform eerder de aandacht voor digitale geletterdheid als voordeel voor leerlingen
noemde, noemt de OC de curriculumvrijheid voor docenten. Beide argumenten vloeien niet logischerwijs voort uit het adviesrapport. Het is onze bedoeling om binnenkort met een artikel te komen met een breed gedragen visie over wat het onderwijs nodig heeft. Onze bedoeling is om dit nog in de verdiepingsfase in september mee te geven zodat het begin oktober op alle scholen besproken kan worden. We zijn blij dat Bert Groenewoud dit aan de werkgroep voorlegt.

 

Zoals gezegd gaan we feedback van de OC en de AOb aan deze blog toevoegen. Rechtsonder op deze pagina kunt u op “Volg” drukken om via email automatisch op de hoogte gebracht te worden van updates.

[1] Inmiddels ontvingen we een uitnodiging van de werkgroep om over de onderzoeksmethodiek van gedachte te wisselen. Ook dit punt krijgt dus een vervolg.

[2] Wij wisten niet van een ledenraadpleging van de AOb in 2015 over Onderwijs2032. We hebben dit inmiddels gevraagd bij de AOb. Het antwoord dat we van de AOb krijgen zullen we als reactie aan deze blog toevoegen.

Advertenties

6 thoughts on “Kritisch denken over Onderwijs2032 – een gesprek met de Onderwijscoöperatie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s