De falende leerkracht

Mark van der Veen

Wat doen we het als leraren toch slecht in het onderwijs. Twee dagen achter elkaar kwamen we in het nieuws. Op dag één laten we kleuters te vaak kleuteren om vervolgens op de andere dag te horen dat we met onderwijzend Nederland te weinig doen tegen pesten. We hebben keurig de pestprotocollen in de kast staan, maar we doen er te weinig mee. Misschien moeten we als leerkrachten maar eens in de spiegel gaan kijken. Waar zijn we toch mee bezig en waarom falen we zo in onze aanpak.
Voor de personen die het nog niet begrepen: dit was puur sarcasme. Sorry, het moet er even uit. Soms heb je opeens van die momenten dat het genoeg is geweest. Sta me toe om dit even toe te lichten door dieper in te gaan op de genoemde nieuwsberichten.

De falende kleuterleerkracht
De eerste dag kwam dus in het nieuws dat we kleuters te lang laten kleuteren. Tien procent van de kleuters plakt er op advies van de school nog een jaar op de kleuterafdeling aan vast. Sander Dekker, de staatssecretaris van onderwijs, vindt dat dit zo niet langer kan. Samen met de PO-raad roept hij scholen op om in te grijpen, want langer kleuteren heeft nauwelijks effect. Het ministerie beroept zich daarbij onder meer op het rapport ‘doorstroom van kleuters’ en op een artikel van Roeleveld en van der Veen (2007). Scholen kunnen groep 3 ‘speelser maken’ of ‘meerdere instroommomenten creëren’ om ‘groep 3 meer aan het kind aan te passen dan het kind aan groep 3,’ aldus de staatssecretaris.
De Algemene Onderwijsbond (AOb) is niet blij met de kritiek. Voorzitter Liesbeth Verheggen stelt dat Dekker aantoont het kleuteronderwijs niet te begrijpen. Ook gaat hij op de stoel van de juf zitten door met oplossingen te komen en langer kleuteren wordt onterecht vergeleken met blijven zitten in hogere groepen. Naast de kritiek van Verheggen worden we als leerkrachten ook gesteund door prof. dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer, die opmerkt dat Dekker zich niet moet bemoeien met onze professie.
En werden onze collega’s van de kleuterklassen betrokken in de discussie rond de cijfers? Het blijkt nergens uit. De PO-raad, die de werkgevers vertegenwoordigt, slaat met Dekker de handen ineen om vervolgens dus met de oproep te komen om het tij te keren. De genoemde partijen bepalen dus dat het ‘niet goed’ is dat kleuters niet sneller doorstromen naar groep 3. Steek die maar in uw zak, beste collega’s van de kleuterbouw. Al uw gesprekken met ouders en overpeinzingen ten spijt, het was gewoon niet goed genoeg. U heeft collectief gefaald. Dat u het maar weet…
Natuurlijk, cijfers zijn cijfers. We kunnen hier niet zomaar roepen dat de inhoud van de genoemde documenten alleen maar onzin is. Maar nogmaals, de praktijkkennis van docenten lijkt mij onmisbaar. Gary Klein schreef in zijn boek ‘the power of intuition’ dat cijfers twee dingen niet zeggen: hoe ze tot stand zijn gekomen en in welke omstandigheden. Juist daar komt praktijkkennis om de hoek kijken. Maar Dekker en de PO-raad hebben de kennis van leerkrachten schijnbaar niet nodig. Ze trekken zelf hun conclusies en komen ook nog eens met het advies om groep 3 dan maar speelser te maken of om meerdere instroommomenten te creëren. Bedankt voor de tips, Sander. Zelf staan we nooit stil bij de overgang van groep 2 naar groep 3. We snappen er blijkbaar maar weinig van. Ik ken kleuterjuffen die leerlingen in de kleutergroep al op hoger niveau laat werken als ze vroeger rijp zijn voor groep 3. Voor wat ik zie heb ik niet de indruk dat deze leerlingen zich gegarandeerd gaan vervelen. Blijkbaar zien wij het dan toch verkeerd. Wat goed dat jij het wel ziet!

Mag ik dan toch zo onbescheiden zijn om een tip te geven aan de genoemde partijen? Het heeft misschien op de lange termijn weinig effect dat leerlingen langer blijven kleuteren. Maar dan wil ik toch een zorg delen die ik heb vanuit de praktijk. Wanneer leerlingen nog niet klaar zijn voor groep 3, maar toch doorstromen, moeten ze regelmatig op hun tenen lopen. Vaak genoeg heb ik leerlingen gezien die door tenenlopen hun motivatie verliezen. Ze verliezen het zelfvertrouwen en verdrinken. Hadden ze een jaar langer gekleuterd, hadden ze het aan het einde van de rit misschien niet beter gedaan dan leeftijdsgenoten, maar hadden ze in ieder geval meer zelfvertrouwen in hun (basis)schoolcarrière. Het gevoel competent te zijn is namelijk een belangrijke pijler van motivatie. Wat nu precies mijn zorg is? Naast het feit dat ik leerlingen liever met zelfvertrouwen zie, verwacht ik dat we straks te horen krijgen dat leerlingen steeds minder gemotiveerd zijn op de basisschool. Mocht dat gebeuren, heb ik in ieder geval gewaarschuwd.

Het kind centraal vs. de leerkracht centraal
Ook ga ik graag nog in op de uitspraak dat we ‘groep 3 aan het kind moeten aanpassen en niet andersom.’ Het is wat mij betreft weer een voorbeeld van een trend, een uitspraak die lekker in het gehoor ligt. Maar het is precies waar we in mijn ogen zijn doorgeschoten met wat Chall in ‘the academic achievement challenge’ omschrijft als ‘child-centered learning’. Bij deze onderwijsvorm staat het kind volledig centraal en bepaalt het kind wat zijn of haar behoeften zijn. De leerkracht moet zich daar naar schikken. Een paar voorbeelden: als het kind een koptelefoon op wil zetten om zich af te sluiten van lichte ruis in de groep, dan moet de leerkracht daarvoor zorgen. Schrijft een leerling liever met een potlood dan met een pen, dan moet de leerkracht de leerling de ruimte geven om met potlood te schrijven. Niet alleen Chall, maar ook John Hattie gaat in zijn boek ‘leren zichtbaar maken’ veel meer uit van ‘teacher-centered learning’, evenals Doug Lemov in ‘teach like a champion’. Bij ‘teacher-centered learning’ staat juist de leerkracht centraal. Hij of zij weet als geen ander wat het beste is voor de leerling. Als de leraar vindt dat de leerling de koptelefoon niet op mag omdat hij of zij zich moet leren concentreren, dan gebeurt het dus niet. Als de leerkracht redenen heeft om schrijven met potlood te verbieden, dan schrijft de leerling dus met pen. En ja, dat is voor de leerling wel eens even minder fijn. Echter, ook Hattie stelt dat leren niet altijd plezierig en eenvoudig is. Maar de leerkracht doet het met de beste bedoelingen en het is dan ook juist aan de leerkracht om de leerling zo te ondersteunen en te sturen dat de leerling de uitdaging aan wil gaan. Ik steek mijn visie op dit gebied niet onder stoelen of banken in gesprekken met sommige collega’s. Vaak lijkt het alsof ik aan het vloeken ben in de kerk. Alsof ‘teacher-centered learning’ volledig aan het kind voorbij gaat. Hoe dan ook, volgens Sander Dekker is het nog niet ‘child-centered’ genoeg. Fijn dat hij ons erop wijst!

Pak pesten nu eens aan!
En dan, de volgende dag. Op weg naar mijn werk luister ik naar de radio en het nieuws komt voorbij. ‘Scholen doen niet genoeg aan pesten,’ klinkt het door de speakers. Ik voel een boosheid in me opkomen. Ik weet in de auto al dat ik vandaag weer hard aan de slag ga met mijn leerlingen, ook al is het die dag 30 graden Celsius. Eenmaal op mijn werk zoek ik toch even naar het nieuwsbericht. Soms vraag je jezelf af of je het echt wel goed hebt gehoord. Ik had het beter niet kunnen doen. Op basis van gesprekken met kinderen concludeert de kinderombudsman dat er nog veel wordt getreiterd. In het stuk wordt ze letterlijk geciteerd: ‘Juffen en meesters kijken weg.’ Naast het feit dat er geen informatie naar boven komt over hoe bijvoorbeeld de gesprekken met de kinderen verliepen, hoeveel kinderen dit waren en wat precies wordt bedoeld met ‘treiteren’, is het opnieuw een niet mis te verstane beschuldiging aan het adres van de leerkracht. Ik zeg niet dat leerkrachten nooit wegkijken, maar ik geloof oprecht dat dit een bijzonder klein percentage is. Toch ben ik teleurgesteld, want er wordt wederom gewezen op dingen die we blijkbaar fout doen. Nu moeten we gaan ‘kijken wat echt werkt. Hoe consequent worden de regels toegepast en hoe worden de pesters aangepakt?’ We moeten ‘een laag dieper gaan kijken.’ Juist! Dat ik daar nu niet eerder op kwam. Eigenlijk is het zo makkelijk. Wat stom van ons dat wij dat als leerkrachten nooit eerder hebben bedacht. We falen opnieuw.

Een aanmoediging
Beste collega’s. Laten we het maar van een zonnige kant bekijken. We doen zoveel dingen fout dat het soms lijkt dat het echt niet meer slechter kan. Dat we dan leerlingen te lang laten kleuteren, te weinig doen aan pesten en zelf misschien wel de grootste oorzaak van kansenongelijkheid zijn…het is jullie vergeven. Maar geloof me, als we goed luisteren naar hun adviezen, zien we het op een dag net zo goed als Sander Dekker en de PO-raad. Dan lachen we om de enorme fouten die we maakten en de kansen die we lieten liggen. Ik zeg: we gaan het gewoon doen!

Advertenties

2 thoughts on “De falende leerkracht

  1. Het is weer bijltjesweek. In de aanloop naar Prinsjesdag moet er blijkbaar weer geprofileerd worden. Wordt er bij al deze negatieve berichtgeving wel eens nagedacht welk effect dit heeft op de vele leraren die dag in dag uit (nog steeds) gemotiveerd naar school gaan om goede lessen te verzorgen? In bovenstaande blog lees je de boosheid (en de teleurstelling) tussen de regels in, en terecht! Als dan toch het woord ‘treiteren’ valt, begin ik me langzamerhand af te vragen wie er getreiterd wordt. Het lijkt alsof een hele beroepsgroep aan de schandpaal wordt genageld en ja, dat zijn we wel eens zat! Helemaal als het door een staatssecretaris wordt gedaan van het departement, waaronder deze beroepsgroep valt.
    Men vergeet te melden dat Nederland één van de beste onderwijssystemen ter wereld heeft. Niet dat we ons onderwijs niet kritisch mogen volgen en daar verbeteren waar dat nodig is, maar mag het glas ook eens half vol zijn?

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s